Crisis? Nu instappen? Vastzetten? Bepaal zelf het juiste perspectief.

Ook Nederlandse banken knijpen oogje dicht in Sudan

Mondiaal Nieuws, november 2007.

Ook Nederlandse banken knijpen oogje dicht in Sudan

Naast Belgische Banken in vesteren ook Nederlandse pensioenfondsen honderden miljoenen in vier Aziatische oliemaatschappijen die actief zijn in Sudan. Zijn ze daardoor medeverantwoordelijk voor de humanitaire crisis in Darfour?

Deze week wordt in Nederland de nationale actieweek ‘Tot zover Darfur’ georganiseerd. De afstand tussen de humanitaire ramp en West-Europa is niet zo groot als hij lijkt. Bijna alle grote banken en fondsen investeren indirect in Sudan door te beleggen in vier Aziatische oliemaatschappijen die een dubieuze rol spelen in het Afrikaanse land. Sudanese olie wordt voornamelijk geëxploiteerd door Petronas uit Maleisië, ONGC uit India, Sinopec uit China, en vooral Petrochina/CNPC. Deze bedrijven hebben tot nog toe geen enkele stap hebben gezet om hun relatie met het regime ter discussie te stellen.  In Nederland doen niet alleen de pensioenfondsen PGGM (22 miljoen euro) en ABP (158 miljoen euro) een flinke duit in het zakje, maar ook Robeco (80 miljoen), ING (79 miljoen) en vooral ABN AMRO, dat met maar liefst 941 miljoen euro de op twee na grootste Europese investeerder is. De cijfers zijn afkomstig van Bloomberg en dateren van 7 augustus 2007.

In Darfour zijn sinds 2003 honderdduizenden doden gevallen en miljoenen mensen op de vlucht geslagen. Voor de regering van Sudan, mede verantwoordelijk voor de humanitaire crisis, is olie een essentieel exportproduct. Olie is goed voor 90 procent van de exportinkomsten. Naar schatting 60 tot 80 procent daarvan wordt aan wapens besteed.